De langverwachte nieuwe film van Dogma-regisseur Thomas Vinterberg (Festen, 1998), gebaseerd op een boek van Jonas T. Bengtsson, is het verhaal van twee broers die graag goed willen zijn, maar leven aan de zelfkant van de Deense maatschappij en ten slotte wegzinken in zelfdestructie. Beide mannen zijn opgegroeid met een alcoholische moeder, in een gezin dat na een tragische gebeurtenis uit elkaar is gevallen. Als volwassenen wonen ze, zonder met elkaar contact te hebben, in mistroostige buurten in Kopenhagen. Wat hen bindt, is hun gezamenlijke strijd om te overleven (de titel van de film verwijst naar de martelmethode waarin het hoofd van het slachtoffer onder water wordt gehouden zodat hij bijna verdrinkt, ook gekend als waterboarding).
Vinterberg levert een ontroerende film af over de ravage van een traumatische jeugd, maar dan zonder de burgerlijke context van Festen. Wat de gevolgen zijn van het véél te vroeg volwassen worden, zien we in het latere leven van beide broers. Nick is pas ontslagen uit de gevangenis en probeert te overleven dankzij bier en gewichtheffen. Zijn jongere broer is een junk, die na het tragische ongeval van zijn vrouw de zorg heeft voor zijn zesjarig zoontje Martin. Het tragische dubbelleven dat deze broer leidt, vormt het ontroerendste deel van de film: hij wil zo graag een normale vader zijn die zijn zoontje ophaalt aan de schoolpoort, maar tegelijk snakt hij naar zijn dagelijkse shot, zonder dat Martin dat mag doorhebben. Maar dat lukt niet altijd…
De levens van de broers kruisen elkaar nooit, maar ze zijn verbonden door een gemeenschappelijk trauma, dat Vinterberg zonder remmingen en schroom laat zien. De film portretteert op een afstandelijke wijze de menselijke behoefte aan tederheid, intimiteit, zorgzaamheid, dit alles gesitueerd in het grauwe Kopenhagen. Een donker maar ijzersterk portret, met doorheen de droefheid een hoopvol einde…


Recent Comments