Cult-auteur van de Antwerpse marginaliteit J.M.H. Berckmans werd in augustus 2008 dood aangetroffen in zijn woning in Antwerpen. De excentriekeling, die in ‘77 debuteerde met Geschiedenis van de revolutie (1977) en de dichtbundel Tranen voor Coltrane (1977), werd 54. De modale burger interesseerde hem niet, hij voelde alleen ‘affiniteit met gekken, moordenaars en stumperds’ (Humo 14/3/91). En nog in Humo in ’97: ’Literatuur interesseert me ab-so-luut niet. Integendeel: ik heb een hekel aan literatuur. Ik lees geen boeken, ik lees zelfs geen gazet, terwijl we er thuis toch een hebben. Een slechte, hoor.’ Maar Berckmans kon als geen ander jongleren met namen en woorden, en uitpakken met de meest briljante (en terzelfdertijd maffe) taalassociaties… Hij was een compromisloos auteur van de zelfkant, met verhalen vol angst, alcohol en aftakeling, onder sterke invloed van Bukowski en Céline. Zijn laatste boek verscheen in 2006: Je kunt geen twintig zijn op Suikerheuvel.
De Tijd, met een schitterende Jurgen Delnaet (jawel, trucker Johnny uit Aanrijding in Moscou) als J.H.M. Berckmans, levert een mooi eerbetoon aan deze ‘ambassadeur van de wanhoop’, zoals hij wel eens werd genoemd. Een vuurspuwer met woorden. Geïnspireerd door en gecombineerd met grijsgedraaide elpees. Delnaet, al langer gefascineerd door de donkere verhalen van Berckmans, grasduint door het hele oeuvre van de Antwerpse schrijver. Ellende en schoonheid vinden elkaar hier in deze kleine voorstelling in taal, in Berckmans’ taal.




Recent Comments