Archive Page 2 of 131



The Tree People

tree people

Ik ben van plan om hier af en toe een postje over een favoriet album te plaatsen (zie ook hieronder, ‘Cold nose‘ van Franco Falsini). Iedereen die me een beetje kent, weet dat ik in het diepste van mijn gedachten een folkie en een hippie ben. Binnen dat ruimer kader, beste freaks, wil ik jullie de geweldige plaat ‘The Tree People‘ uit 1979 aanraden. Singer-songwriter Stephen Cohen vormde onder die naam samen met percussionist en blokfluitspeler Jeff Stier en fluitist Rachel Laderman een trio begenadigde muzikanten. Na een jaar optredens en repetities kregen ze de kans een plaat op te nemen in een lokale studio midden in de bossen vlakbij Eugene, Oregon, met als extra “gast” de geweldige James Thornbury op slide-guitar, vocals en bass (Thornbury speelde later bij Canned Heat). In de erg korte tijdspanne van 1 weekend namen ze hun debuut op. Dat is snel, maar het zou lang genoeg blijken om muziekgeschiedenis te schrijven. Het album verscheen slechts op 1.000 exemplaren, en voor de re-release in 2006 bij Tiliqua Records (in Tokio gevestigd label, opgericht door de Antwerpse DJ Johan Wellens) en later bij het Spaanse label Guerssen, was het lang een van de meeste gezochte platen van collectors over de hele wereld. In 1984 verscheen er nog een tape, Human voices, heruitgegeven in 2009 eveneens bij Guerssen ook zeer de moeite waard, maar het kan niet tippen aan de magie van de legendarische opname in het bos. In 2010, ten slotte, verscheen nog “It’s my story”, hun allerlaatste plaat. Cohen heeft recent nog een nevenproject opgericht, zelf spreekt hij van een “offshoot”, The Walking Willows.

tree people 2

Maar The Tree People, dus, uit 1979. Dit is een zeer levendige, originele, warme plaat, die rijker en dieper wordt bij iedere luisterbeurt. Atonaal gefingerpick, ritmisch gestrum, zwevende fluitmelodieën, messcherpe oprispingen slide guitar, harmonieus samengezang, vrolijke deuntjes: het staat er allemaal op en het vormt samen een mooi, afgerond en uniek geheel. Freaky & folky! Check het uit…

Stephen Cohen houdt nog steeds een blog bij over zijn bomenvolk:”The Tree People chronicles“. En enkele fragmentjes kan je bij Honest Jons beluisteren door op de rode titels te klikken.

 

John Peel

Afbeelding 1

Per toeval ontdekt: muziek- en radiolegende John Peel zijn legendarische platencollectie staat online, alsook zijn alom bejubelde ‘Peel sessions‘! Zijn nazaten stellen zijn 25.000 LP’s, 40.000 singles en duizenden CD’s ter beschikking voor het grote publiek in een soort interactief online museum. Iedere week stelt The Space (organisator van het initiatief en een openbare dienst van de Arts Council England, die hier samenwerkt met Peels werkgever, de BBC) een artiest centraal.

Neem hier een virtuele tour doorheen zijn beruchte platencollectie. Uren luisterplezier, freaks!

Cold nose – Franco Falsini

Niet zo heel erg lang geleden ontdekte ik per toeval de plaat Cold nose van Franco Falsini. Inmiddels is het na tientallen luisterbeurten één van mijn favoriete albums ooit geworden. Falsini – stichtend lid van de legendarische Italiaanse progrock band Sensation’s Fix – nam zijn enige solo album op in 1975, eveneens het jaar waarin het verscheen bij Polydor. ‘Cold Nose’ was oorspronkelijk de soundtrack voor een underground film die al snel uit roulatie kwam en uiteindelijk in de vergetelheid raakte (de film zou over cocaïne gaan, vandaar de ‘koude neus’). De plaat is nu meer dan dertig jaar na de originele release opnieuw te krijgen bij Editions Mego in hun boeiende reeks Spectrum Spools. Dit is track 1:

Falsini had zijn technische kunde en zin voor experiment al ruimschoots bewezen ten tijde van Sensation’s Fix (check even ‘Fragments of light’ uit 1974, bijvoorbeeld), maar ook op ‘Cold nose’ weet hij helemaal op zijn eentje een uniek geluid te creëren. De drie stukken gaan van spacy krautrock tot psy-folk en zweverige ambient, gedragen door Falsini’s nu eens ingetogen dan weer turbulent gitaarspel, afgewisseld met de intense synthgolven van zijn EMS, Eminent 310 en Minimoog. Aan het einde van deze bijna veertig minuten durende caleidoscopische trip neemt hij verrassend de microfoon ter hand, om de luisteraar vervolgens zachtjes in slaap te zingen:

Nog een leuk weetje: tijdens de opnames maakte Falsini gebruik van een mechanisme van de zogeheten ‘Bio-Electronic Meditation Society’, met de bedoeling zijn hersenactiviteit in kaart te brengen. Alleen wanneer hij alfa- (geassocieerd met ontspanning) en thetagolven (creativiteit, inspiratie, beeldend denken) produceerde, nam hij muziek op. Freaky! Of dit de goddelijke klanken verklaart laat ik aan jullie oordeel over, het belangrijkste is dat deze klassieker terug beschikbaar is. Far out!

Joost Swarte Bijna Compleet

Swarte cover

Eindelijk is er de langverwachte bundeling van de ‘bijna complete’ strips van Joost Swarte! ‘Bijna compleet’, want we krijgen een mooi overzicht van het ganse stripwerk, op wat vroeg werk na dat de selectie niet overleefde. Swartes honderden ontwerpen voor boeken en tijdschriften (onder andere voor Humo,  The New Yorker en Raw, het toonaangevende blad van Art Spiegelman en diens vrouw Françoise Mouly), platen- en cd-hoezen, postzegels en zelfs meubels vallen hier dus buiten beschouwing. Joost Swarte is ongetwijfeld een van de meest veelzijdige en invloedrijke exponenten van de ‘klare lijn’: een term die Swarte trouwens zelf bedacht om de tekenstijl van Hergé en diens navolgers aan te duiden en die hij voor het eerst gebruikte in 1977 naar aanleiding van een Kuifje-tentoonstelling in Rotterdam. Die andere grootmeester van de klare lijn, Chris Ware, zorgt in deze verzameling voor een mooie inleiding, waarin hij – hoe kan het ook anders – zijn bewondering voor Swarte niet onder stoelen of banken steekt.

Swarte Jopo De Pojo

Het is bijzonder leuk om als fan alle dada’s van Joost Swarte voor het eerst samen te zien: architectuur (hij is een meester in perspectief!), industriële vormgeving (nooit geziene machines die niet werken, maar er prachtig uitzien), oude auto’s en vliegtuigen (de Junkers en Cadillacs vliegen je om de oren), de atoomstijl van de jaren ’50 (die decors!), letters en drukwerk, muziek (zie de grappige strip over Fats Domino) én knappe meiden. Voor een mooi verhaal moet je niet bij Swarte zijn: nee, zijn universum is er een van absurditeit, anticonformisme en ironie (de ultieme underground stripheld blijft wat mij betreft Jopo de Pojo!), maar dan wel piekfijn en adembenemend mooi verbeeld. Een absolute must, dit boek.

Het onzienbare – Erik Kriek

Onzienbare 1

H.P. Lovecraft schreef in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw tientallen horrorverhalen en werd daarmee de godfather van het genre. De Amerikaanse 50′s pulp-stijl van Erik Kriek, de geestelijke vader van de geweldige superheldenpastische Gutsman, past natuurlijk heel goed bij Lovecrafts unieke universum. Uit het nawoord van de verzameling ‘Het onzienbare’ blijkt dat het Krieks ultieme droom was enkele verhalen van zijn idool te verstrippen. Eindelijk is het dus zover en, beste freaks, geloof mij, dat is heugelijk nieuws.
Kriek begrijpt als geen ander dat de kracht van Lovecrafts verhalen in de suggestie ligt. Niet het bloed, de monsters of onverklaarbare natuurlijke verschijnselen maken de horror van Lovecraft zo efficiënt, maar het effect dat ze sorteren op de geest, de angst die ze opwekken, de nachtmerries waar ze aan herinneren. Bij Lovecraft draait het inderdaad om wat we niet zien, het onzienbare, niet voor niets de titel van één van zijn verhalen én van deze bundeling.
Kriek heeft vijf verhalen uit het omvangrijke oeuvre van Lovecraft tot strip bewerkt en verzameld in de bundel Het Onzienbare en andere verhalen van H.P. Lovecraft. Uit elke bladzijde blijkt de grote liefde die Kriek heeft voor Lovecraft. De hele ‘Tales from the crypt‘-sfeer is gesneden koek voor fifties freak Kriek: hij slaagt erin de soms wat magere verhalen een meerwaarde te geven en dat onder andere door zijn tekenstijl (de diepe schaduwen, de cliffhangers die culmineren in een volle bladzijde om de omvang van de horror voluit te tonen, het sfeervol zwart-wit met veel clair-obscur, etc.). We zijn dan ook zeer blij dat Kriek zijn jongensdroom heeft verwezenlijkt. Laten we hopen dat hij ons met een vervolg nog meer laat sidderen en beven.
Op Krieks blogspot kan je enkele fragmenten lezen.

Baby’s in black – Arne Bellstorf

Baby's in black

Baby’s in black is het boeiende relaas van de relatie tussen de Duitse fotografe Astrid Kirchherr en de beruchte ’5de Beatle’, Lennons jeugdvriend Stuart Sutcliffe. Zij leerden elkaar kennen in oktober 1960 toen The Beatles furore maakten met een reeks optredens in enkele duistere bierkelders van Hamburg. We maken kennis met de charmante Astrid Kirchherr net wanner ze haar mode-opleiding heeft afgerond en werkt  bij fotograaf Reinhart Wolf. Haar relatie met Klaus Voormann, een jonge graficus, loopt mank en op een avond krijgen ze het aan de stok. Klaus zwerft alleen door de stad tot hij midden in de nacht enkele zeer aanstekelijke noten hoort weerklinken uit een louche kelder. Het zijn natuurlijk niemand minder dan The Beatles, toen nog vijf gewone jongens uit Engeland. Als Astrid de volgende avond met Klaus naar hun optreden gaat, valt ze meteen als een blok voor Stuart Sutcliffe, de bassist van de band, enkele jaren voor hun grote doorbraak. Kirchherr neemt Sutcliffe in huis en maakt enkele schitterende portretten van de jonge band. De rest van het verhaal is popgeschiedenis.

Bellstorf maakt er in milde grijstinten een erg ingetogen en sfeervolle ballade van, die nooit verveeld maar bij momenten iets te didactisch overkomt (zo blijft het mij een raadsel waarom Bellstorf zijn personages zo veel feitelijke informatie laat uiten in vaak onnatuurlijke dialogen, in plaats van bijvoorbeeld commentaarblokken of voetnoten te gebruiken). Ook de mengeling van Nederlands (dat eigenlijk Duits is!) en Engels is bij momenten stroef en bevordert allesbehalve de vlotte lectuur. Maar goed, een kniesoor die daarover valt. Dit mooie boek mag niet ontbreken op de boekenplank van iedere rechtgeaarde Beatlemaniac.

Gasten – Guido van Driel

Gasten Van Driel

Twee Britse kerels, Syd en Roger, zakken af naar Amsterdam om er een voetbalmatch tussen Engeland en Nederland bij te wonen. Hun gedrag ligt volledig in de lijn van de verwachtingen: te licht gekleed en met veel misbaar zwalpen ze gewapend met blikjes bier langsheen de Walletjes. Al snel blijkt dat Syd een dubbele agenda heeft. Aan de hand van de foto’s op de teruggevonden gsm van zijn broer Larry bezoeken ze de plaatsen die deze aandeed net voordat hij verongelukte en in de IJ verdronk. Syd haatte zijn broer om een reden die we pas op het eind van de strip te weten komen. Wanneer de twee nozems besluiten paddo’s te slikken verandert het verhaal in een hallucinante trip door Amsterdam (van Driel laat zich visueel helemaal gaan, om van te smullen). Ook Roger heeft zo zijn zorgen en worstelt met een knagend gevoel van wroeging, sinds hij naar zijn gevoel op een onrechtmatige manier een winnend loterijbiljet wist te bemachtigen.
Guido van Driel vertelt Gasten vrij rechtlijnig, maar weet de lezer menig maal te verrassen met efficiënte zijverhalen. Zo komt plots de allochtone wegenwerker Wilson opzetten. Hij is net in de steek gelaten door zijn vriendin, die er vandoor is met zijn flatscreen. Zijn verhaal kruist op een bepaald moment met de verhaallijn over Syd en Roger. In een mooi crescendo leidt van Driel de lezer vakkundig naar een open einde.
De vrij zware thematiek brengt van Driel in evenwicht met vele vaak zeer komische elementen. Onvergetelijke momenten zijn bijvoorbeeld Wilson die tot een action figure van Jezus bidt, een bejaard koppel dat de weg naar een zaak waar ze paddo’s verkopen in gebroken Engels uitlegt of Roger die rondloopt met een in een sex shop gekochte plastieken reuzeneikel op het hoofd. De tekeningen baden in het weemoedige en sombere kleurenpalet dat we kennen uit van Driels vorige albums. Straf verhaal, knap uitgewerkt.

Hebzucht door Braakland/ZheBilding

Een ‘moralistisch leerstuk’ in een regie van Stijn Devillé, met Sara Vertongen, Dirk Buyse, Jorre Vandenbussche, Michaël Pas, Kris Cuppens, Stijn Devillé en Emma Devillé. Muziek Rudy Trouvé, Gerrit Valckenaers en Gunter Nagels.

hebzucht 1

Op vrijdag 19 september 2008 hapt de Belgische bankensector naar adem. In de VS is er het failliet van Lehman Brothers. De hele wereld komt in een allesverslindende draaikolk terecht. Hebzucht vertelt de klassieke rise & fall van een financieel imperium, een fictief verhaal dat heel erg op de realiteit is geënt. Aan het eind van deze tragedie gaan de personages niet dood, neen, ze cashen hun geld en zoeken dekking in de plooien van de geschiedenis…  Na het succes van Hitler is dood bijten Stijn Devillé en Braakland/ZheBilding zich vast in de hebzucht van de hedge funds en de angst van de aandeelhouders.

hebzucht 2

Gwendolyn Lallemand (Sara Vertongen) is een jonge docente Public Finance aan Oxford University. Zij is de dochter van Etienne Lallemand (Dirk Buyse), een liberaal politicus, die nog minister van financiën en eurocommissaris is geweest, maar nu aan de slag is in de financiële wereld. Etienne of ‘Stevie’ is voorzitter van AXIS-bank, een bank die op het punt staat een nieuwe CEO aan te stellen. Dat wordt Jean-Luc Pollard (Kris Cuppens). Een grote vis. Een landgenoot weliswaar, maar met jaren ervaring bij Citigroup in Londen. Ten vierde is er de man van Gwendolyn, Thomas Jacobs (Jorre Vandenbussche). Hij is Global Head Fixed Income bij Barclay’s, een grote Britse investeringsbank. Hij is dus de man die de vaste opbrengsten binnen de bank onder zijn hoede heeft, alles wat met leningen en obligaties te maken heeft. Als Thomas en Gwendolyn in het land zijn voor de begrafenis van zijn ouders, neemt hij een aanbod van AXIS-bank aan om er financieel directeur te worden. Tenslotte is er de broer van Thomas, Carl Jacobs (Michaël Pas). Hij werkt in New York voor Deutsche Bank. Ook hij is in het land voor de begrafenis. Hij is de enige die het gevoel heeft dat er iets mis is met de financiële wereld op dat ogenblik. Het stuk speelt in 2005. Hij vertrouwt de constante groei van de markt niet en ziet de crisis van 2008 al aankomen. Carl is dus een beetje de klokkenluider van het gezelschap, naar wie natuurlijk niet wordt geluisterd… Er is ook een kind aanwezig op scène dat, in tegenstelling tot de andere personages, vanuit het ‘nu’ spreekt. Dat kind probeert te begrijpen wat er gebeurd is en brengt dat onder woorden in kindertaal, waardoor de vaktermen meteen hun uitleg krijgen.
De muziek heeft soms een hoge hartslag, die het tempo dusdanig opdrijft dat stilstaan bijna onmogelijk wordt. En soms heeft de muziek iets onmachtigs, defaitistisch. Een sublieme score dus bij een buitengewoon spel van de acteurs. Een uitermate boeiende en actuele voorstelling!

Rabih Abou-Khalil

Getrouwd zijn is plezant. Zeker wanneer je in de echt bent verbonden met een vrouw als die van mij. Ja, want op zeer geregelde tijdstippen verrast zij mij met kleine en grote attenties. Tot de laatste categorie reken ik alvast de toegangstickets die ik kreeg om naar de Libanese grootmeester van de oud Rabih Abou-Khalil te gaan luisteren. Rabih is een bijzonder innemend man, die graag politiek incorrecte grapjes over Libanon en de VS maakt, en het bont internationale gezelschap van zijn Mediterranean Quintet met de glimlach in hun hemd zet (‘This is Luciano Biondini, our accordeonist. The accordeon is a very nice instrument and very easy to play. It has white and black buttons. You push them, and it makes a beautiful sound. That’s why the accordeon is played by children and Italians’). Dat vinden wij nu om te lachen.
Zijn songs gaan vaak over zeer alledaagse dingen en dragen titels als ‘Shaving is boring and waxing is painful’ of gewoon ‘Red shoes’, een ode aan de roodgekleurde schoenen van zijn vrouw waar hij steeds over struikelt omdat ze in de weg liggen. Eens Rabih echter begint te tokkelen is het hem ernst: hij sleurt je vanaf de eerste noot mee naar een universum tientallen keren mysterieuzer dan duizend-en-één-nacht. Dit is een fragmentje van het concert in de Vooruit:

De man op de saxofoon is de Sardijn Gavino Murgia: een fenomeen! Hij is niet alleen een onwaarschijnlijk saxofonist maar ook een ongelooflijke keelzanger. Of wat dacht je hiervan:

Het was één van de beste concerten die ik al mocht bijwonen. Merci, bolleke!

Deze slechte opname met telefoon wil ik jullie toch niet onthouden, het werd uiteindelijk het slotnummer:

 

Mid-life – Joe Ollmann

midlife


Lang geleden dat ik zo hard gelachen heb met een strip! Mid-life van Joe Ollmann is werkelijk hilarisch. Je wordt er meteen in opgezogen: het is het soort boeken dat je na lezing met spijt naast je legt enkel omdat ze ‘al’ uit zijn. Het is het verhaal van de 40-jarige grafische vormgever John die opnieuw vader wordt, zij het dit keer met zijn veel jongere tweede vrouw (hij heeft al 2 volwassen dochters uit een vorige relatie). Terug in de pampers zitten, niet meer kunnen slapen, rondlopen met onhandelbare kinderwagens en veel te grote tassen vol zalfjes, fopspenen en zuigflesjes overal meezeulen: het valt hem allemaal erg zwaar. Hij maakt een soort identiteitscrisis door en stelt een bilan van zijn leven op. Wanneer hij op de koop toe verliefd wordt op het sexy zangeresje uit het favoriete kinderprogramma van zijn zoontje (denk ‘Gert en Josje’), is hij helemaal een vogel voor de kat. Zeer goed gerief, van een begenadigd verteller en origineel tekenaar. Drawn and Quarterly strikes again!

Klik hier voor een preview.