Deze Brusselse kunstenaar (1956, Sint-Truiden), internationaal bekend door zijn deelname aan o.a. de Documenta in 1992, de Biennale São Paulo in 1996 en de Biennale Venetië in 1999, is geïnteresseerd in “de tekens van het leven”, zoals geluiden, beelden en alledaagse gewoontes.
Hij maakt gebruik van allerlei soorten materialen en media, en combineert industriële (o.a. piepschuim) en natuurlijke objecten, foto’s, video’s, sculpturen en installaties. Hij wil de wereld rondom ons inventariseren aan de hand van contradicties. Holle en bolle vormen, lege en volle, zichtbaar/onzichtbaar, een spel van licht en donker. Maar ook refereert hij aan tegenstellingen over maatschappelijke structuren zoals vrijheid en gevangenschap, werk en vrije tijd, rijkdom en armoede.
Zijn doelstelling is evidenties doorbreken, verwarring zaaien, de werkelijkheid aan het wankelen brengen, de toeschouwers aan alles te doen twijfelen. Op de Biennale van Venetië hing hij het Belgische paviljoen vol pluizebolletjes van paardenbloemen. Hij tartte zo het publiek, dat niets liever zou doen dan ze wegblazen. Dit magistrale werk vind je ook in het SMAK, naast talloze andere, nooit éénduidige werken. Een zéér boeiende, narratieve, beklijvende tentoonstelling die ons ten zéérste heeft geSma(a)kt!
Vorige zondag hebben we de tentoonstelling Serendipity van Ann Veronica Janssens in het kunstencentrum WIELS bezocht. Op het nippertje want het was de laatste dag. Blij dat we er toch nog geraakt zijn en niet alleen voor het prachtige gebouw, dat we beiden voor het eerst betraden. Een ideale haven voor moderne kunst en zeker voor werken als die van Janssens, die je in de eerste plaats dient te beleven en op een zeer ruimtelijke en zintuiglijke manier ervaart.
De in Folkstone geboren Belgische kunstares Ann Veronica Janssens (1956) noemt zichzelf een beeldhouwer van licht, geluid en ruimte. Haar kunstwerken noemt ze ”interventies’. Door minimale ingrepen in de ruimte met licht, artificiële mist, projecties en geluid, doet ze een beroep op de zintuigen van de toeschouwer en maakt ze het immateriële zichtbaar en voelbaar.
Janssens flirt met het ongrijpbare. Ze deconstrueert de ruimte en laat de bezoeker erop reageren. Telkens opnieuw slaagt ze erin om de toeschouwer te verrassen, op het verkeerde been te zetten of te verwarren. De toeschouwer is steeds zeer nauw betrokken bij het betekenis geven van het kunstwerk. De toeschouwer is een acteur, een onderdeel van het werk.
Hoogtepunt voor mij was de ovale kamer waar een stroboscopisch flikkerend blauw en rood licht een indrukwekkende en ijle sfeer schept. Ook de geluidsdichte kubus waar je als bezoeker enkele minuten in wordt opgesloten was magnifiek. Nog nooit zo genoten van de stilte en mijn hart zo horen bonken…. Jammer genoeg was de installatie op het dakterras (het lopen in mist) buiten dienst op de dag van ons bezoek.
Dit is een impressie van enkele installaties:
Een zeer boeiende en originele tentoonstelling, dus.
Deze morgen las ik in de krant dat de autistische kunstenaar Stephen Wiltshire uit het blote hoofd de New Yorkse skyline vastlegde op een bijna zes meter lang kunstwerk. Vooraf memoriseerde de 35-jarige Brit de talloze gebouwen tijdens een twintig minuten durende helikoptervlucht over de stad.
Vervolgens ging hij aan de slag in het New Yorkse Pratt Institute waar hij vijf dagen lang, van 10 tot 17u, aan zijn panoramisch kunstwerk tekende, aangemoedigd door de muziek uit Saturday Night Fever op zijn mp3-speler. Wiltshire had niet minder dan twaalf pennen nodig om de skyline van the Big Apple vast te leggen. Het resultaat is ronduit verbluffend : bijna elk detail op de immense tekening klopt.
Eerder verbaasde de Brit van Indische afkomst de wereld al met gelijkaardige kunstwerken van steden als Tokio, Hongkong, Frankfurt, Rome, Dubai, Madrid, Jeruzalem en zijn thuisbasis Londen.
De hedendaagse Chinese en Belgische kunstcreatie wordt in de expo State of Things. Brussels/Beijing bekeken door de ogen van 2 wereldwijd bekende kunstenaars, als daar zijn de Belg Luc Tuymans en zijn Chinese evenknie Ai Wei Wei, a.k.a. de geniale architect van het Olympisch Stadium in Peking (het zgn.‘Vogelneststadium’).
Er is weinig culturele communicatie tussen hedendaagse artiesten hier en in China. Toch – zegt Ai Wei Wei in het voorwoord van de prachtige catalogus – is er een “comparable mind set” in wat ze creëren. Een 50-tal Belgische en Chinese kunstenaars wordt naast elkaar geplaatst voor wat betreft de context van hun artistiek werk. Ai Wei Wei en Luc Tuymans ambiëren hiermee dieper in te gaan op de kwestie of kunst niet steeds de samenleving, en de tijdsgeest weerspiegelt.
Beiden kozen hun ‘eigen’ kunstenaars met de bedoeling een dialoog tot stand te brengen. Die keuze is dan ook zeer gediversifieerd: we zien werk van o.a. Jan Vercruysse, Wim Delvoye, Kati Heck (het bevreemdende ‘Fils à papa zur visite’), Jan Fabre, Danny Devos (‘the Beast of Jersey’), Ana Torfs, Ann Veronica Janssens, Dirk Braeckman, Robert Devriendt, Dennis Tyfus en Vaast Colson (‘Straight up Owl’). Van Chinese zijde krijgen we zéér sterk werk voorgeschoteld van o.a. Chi Peng (‘Sprinting Forward’), Wang Luyan (de rode soldaten met geweer), Li Zhanyan (installaties zoals bvb ‘Uli’ of ‘Circumcision’) of Lin Tianmiao (‘Mother’s n°12’).
Bedoeling van deze expo is dat de positionering van deze artiesten tegenover elkaar de toeschouwer tot nadenken stemt. Wij waren het er alvast over eens: een zéér verfrissende expo die een interessant venster biedt op de hedendaagse kunstscène. Een aanrader!
@PSK, tot 10/1/10
Daarnaast is er ook de fototentoonstelling Still Life, over hedendaagse Chinese fotografie, waarin 13 jonge Chinese fotografen de dagdagelijkse realiteit in persoonlijke, meditatieve beelden weergeven.
Dit weekend present op elles@centrepompidou, een expo die hulde wil brengen aan vrouwelijke hedendaagse kunstenaars. Een 500-tal werken van meer dan 200 female artists vanaf het begin van de vorige eeuw tot vandaag werden uit de eigen collectie van het Centre Pompidou samengebracht in een (chronologisch) verhaal in 7 hoofdstukken, zonder hierbij het label ‘feministische kunst’ te willen claimen. Toch kan de expo gezien worden als een soort manifest: vrouwelijke kunstenaars blijven vaak onzichtbaar maar zijn talrijk, produceren radicale en complexe kunstwerken in uiteenlopende disciplines, en gaan daarbij de grote hedendaagse vraagstukken zonder omwegen te lijf.
En dat hebben we geweten… Naast emblematische figuren zoals Sonia Delaunay, Dorothea Tanning en Niki de Saint Phalle (laatstgenoemde met een zeer persoonlijke en geëngageerde benadering van de werkelijkheid in Feu à volonté, waarbij ze haar eigen werk letterlijk heeft beschoten), passeren heel wat grote artiesten de revue, zoals Louise Bourgeois, Cristina Iglesias, Cindy Sherman, Dora Maar, Diane Arbus en zovele anderen. Mijn voorkeur ging uit naar het onderdeel Une chambre à soi – naar het gelijknamige essay van Virginia Woolf. Een aantal kunstenaressen snijdt hier het thema aan van de ‘espace privé’ en weeft nieuwe linken tussen een mentale toestand en ruimte, als daar zijn Dorothea Tanning, Tatiana Trouvé en Sophie Calle. Een ander thema, Eccentric abstraction, tast de grens tussen het abstracte en het figuratieve af, in Corps slogan ligt de nadruk dan weer op de politieke kracht van het vrouwelijk lichaam.
Direct of indirect voel je bij deze expo dat een onderhuidse mannelijke dominantie bestreden moet worden – soms heel erg expliciet. De drang naar vrijheid en bevrijding spat in vele gevallen van het werk, al was het maar uit een lichamelijk ‘keurslijf’. Ik sluit me aan bij een glasheldere Joan Mitchell:
Gisteren zijn we naar de opening geweest van de eenmanstentoonstelling van de grafische vormgever Gert Dooreman in het Letterenhuis in Antwerpen.
De naam zegt je misschien niks, maar negen kansen op tien heb je een boek in huis dat is vormgegeven door Dooreman. Ook zijn affiches blijven in het geheugen hangen. Ik herinner me nog een hele hoop kleurrijke affiches in de Gentse straten. Het was dan ook heel leuk er een groot aantal te herontdekken binnnen deze context. De tentoonstelling wordt trouwens aangevuld met een paar persoonlijke objecten van Dooreman zelf, zoals deze everzwijnenkop en dwangbuis:
Gert Dooreman selecteerde een ‘best of’ uit zijn nu al uiterst omvangrijke oeuvre van meer dan 1000 boeken en boekomslagen, 500 affiches en handenvol flyers, brochures, logo’s en huisstijlen. Een selectie uit een carrière van 25 jaar. Een van de blikvangers van de tentoonstelling is een stuk van het canvas met drie regels van het Boerentorengedicht van Tom Lanoye… Wat wil een mens nog meer op een luie en stralende zaterdag.
Al sinds geruime tijd staat de site Record Envelope in mijn RSS reader en telkens weer blijft de site me verbazen en verrassen.
Een heel mooie verzameling platenhoezen hebben ze daar ondertussen verzameld. Voor alle muziekliefhebbers (je leert er de meest bizarre labels kennen) en zij die hun ogen graag laten strelen door tijdloze grafische vormgevingen…
Tijdens de middagpauze even door de Sophie Calle -tentoonstelling in BOZAR gelopen. Er was vrij veel lawaai want ze zijn Jan De Cock zijn tentoonstelling aan het afbreken, wat een beetje storend werkte want er zijn in iedere zaal veel geluidsfragmenten en het kwam ook de projectie van haar enige film, No sex last night, niet ten goede. Maar, passons. Visueel en ruimtelijk past een Calle-tentoonstelling perfect in de mooie gerenoveerde zalen van het vernieuwde Paleis voor Schone Kunsten. Ik liep er een goed uur in rond en dat is eigenlijk te weinig. Tekst is inherent aan Calles oeuvre en je moet echt wel de tijd nemen om alles te lezen wil je soms vergaande bijbedoelingen volledig doorgronden. Gelukkig kocht mijn vriendin de catalogus en kan ik dus alle werken nog eens op mijn gemak thuis lezen. En daar kijk ik nu al naar uit! Uren en uren plezier gegarandeerd. Want als er iets is dat ik waardeer in het werk van Calle dan is het wel haar gevoel voor humor…
In het volgende filmpje geeft Calle in sappig Frenglish uitleg bij Prends soins de toi, haar bijdrage voor de Bienale in Venetië in 2007:
Onlangs was ik in Boedapest: een erg leuke en bruisende stad. Meer daarover later! Eén van de vele hoogtepunten was een bijzonder intrigerende tentoonstelling over visuele effecten in het befaamde Mucsarnok museum, gecureerd door filmmaker en opperfreak Werner Nekes. Prachtig was de installatie van componist, filmmaker en multi-instrumentalist Pierre Bastien, Paper organ:
Het visuele (de schaduwen door de flapperende papiertjes) in perfecte symbiose met de duistere harmonieën van het orgel.
Vorig weekend was ik in Madrid. Behalve het uitstekende gezelschap, het mooie weer en het lekker eten, was één van de absolute hoogtepunten de tentoonstelling Juan Muñoz in het Reina Sofia museum. Lang geleden dat ik zo vol energie uit een tentoonstelling stapte…
Deze tentoonstelling was eerder al te zien in het Tate in Londen, maar hier, in de heel bijzondere architectuur van de Reina Sofia – een oud militair hospitaal via annexen en renovaties omgetoverd tot adembenemend museum voor hedendaagse kunst – kwam de tentoonstelling bewonderenswaardig tot zijn recht. Zo stonden de bekende rondheupige dames uit de reeks Conversation pieces mooi uitgestald op het zonneterras:
Ook door ophanging – een geliefd procédé van Muñoz – van de kunstwerken aan de gewelfde muren leken ze een extra dimensie te krijgen:
Het door Muñoz veel gebruikte spel met spiegels (weten we meteen ook waar Jan Fabre zijn mosterd koopt) werd eveneens verbazend goed uitgespeeld met de architectuur van het gebouw:
Een schitterende tentoonstelling, dus, waar je van de ene verrassing en verbazing in de andere verwondering en ontroering tuimelt, begeleid door de magie en de speelsheid van een grootmeester van het driedimensionale…
Recent Comments