Author Archive for ann

Patti Smith is back!

31807602_500x500_1

Op haar 65ste levert Patti Smith (Chicago, 1946) met ‘Banga’ alweer een beklijvend album af, ook beschikbaar in een zéér mooie DeLuxe editie, een echt  hebbeding voor fans van het eerste uur!

De opnames voor ‘Banga’ doorkruisten het schrijven van haar boek ‘Just Kids’ (uitgebracht in 2010), waarin Patti Smith vooral haar magische relatie en levenslange vriendschap met fotograaf Robert Mapplethorpe, (1946-1989) – zoals ze zelf zegt, ‘the artist of my life’ – beschrijft. Het boek is een verzameling van memoires aan de tijd in het Manhattan van de jaren 60 en ’70, en is een teder en liefdevol tijdsdocument van hun stormachtige relatie. Ze leefden een lange tijd samen in het Chelsea Hotel, waar toentertijd muzikanten, schrijvers, dichters, kunstenaars vaste stek hielden. Zowel Rimbaud en Genet, als Warhol, Dylan, Burroughs waren nooit ver weg.

The Godmother of Punk brak in 1975 door met haar debuutalbum Horses, een mijlpaal in de rockgeschiedenis. De sobere foto op de platenhoes, genomen door Mapplethorpe, is ondertussen een klassieker op het gebied van popfotografie. Het album was een mengeling van punkrock en gesproken poëzie en begint met een cover van Van Morrisons ‘Gloria’ en Smiths openingswoorden: “Jesus died for somebody’s sins, but not mine” In 1978 scoorde ze een wereldhit met het door Bruce Springsteen geschreven ‘Because The Night’, dat jaren later nog in diverse uitvoeringen de hitparades zou bereiken.

Voor ‘Banga’ putte la Smith uit heel verschillende, maatschappelijke én artistieke ervaringen. Literatuur blijft zoals steeds toch uitdrukkelijk aanwezig. Vooral thema’s als verlies en vernietiging komen aan bod: de dood van haar goede vriendin Maria Schneider, Franse actrice die ze in 1976 op tournee leerde kennen. Het schitterende gedicht ‘Maria’ roept haar beeld op in de film ‘The Passenger’ van Antonioni. Smith schrijft: ‘We saw ourselves, raw excitable, I knew you, when we were young, I knew you, now you are gone..’ 2008 was ook haar Bulgakov en Gogol jaar – ze bezocht hun graf in Moskou, alsook de studio’s van filmmaker Andrei Tarkovsky, wat resulteerde in songs als ‘April fool’, ‘Tarkovsky’ en ‘Banga’, de hond uit Bulgakov’s meesterwerk ‘Master and Margharita’. Het schitterende ‘Fuji-san’ schreef ze dan weer als een gebed voor het Japanse volk na de ramp met de tsunami.

 Haar kinderen Jackson (die in 2009 huwde met White Stripes drumster Meg White) en Jesse, uit haar huwelijk met Fred ‘Sonic’ Smith (Fred Smith stierf op 4 november 1994 – ze droeg ‘Dancing Barefoot’ en ‘Frederick’ aan hem op), zijn ook op het album te horen.

 Misschien bevat ‘Banga’ bravere nummers dan zijn voorgangers (het rauwe ‘Rock ’n Roll Nigger’ blijft mijn ijzersterke favoriet), maar zelfs met een meer conventionele aanpak als deze weet Patti Smith nog altijd te verrassen. Kortom: in huis halen, die handel!

Hebzucht door Braakland/ZheBilding

Een ‘moralistisch leerstuk’ in een regie van Stijn Devillé, met Sara Vertongen, Dirk Buyse, Jorre Vandenbussche, Michaël Pas, Kris Cuppens, Stijn Devillé en Emma Devillé. Muziek Rudy Trouvé, Gerrit Valckenaers en Gunter Nagels.

hebzucht 1

Op vrijdag 19 september 2008 hapt de Belgische bankensector naar adem. In de VS is er het failliet van Lehman Brothers. De hele wereld komt in een allesverslindende draaikolk terecht. Hebzucht vertelt de klassieke rise & fall van een financieel imperium, een fictief verhaal dat heel erg op de realiteit is geënt. Aan het eind van deze tragedie gaan de personages niet dood, neen, ze cashen hun geld en zoeken dekking in de plooien van de geschiedenis…  Na het succes van Hitler is dood bijten Stijn Devillé en Braakland/ZheBilding zich vast in de hebzucht van de hedge funds en de angst van de aandeelhouders.

hebzucht 2

Gwendolyn Lallemand (Sara Vertongen) is een jonge docente Public Finance aan Oxford University. Zij is de dochter van Etienne Lallemand (Dirk Buyse), een liberaal politicus, die nog minister van financiën en eurocommissaris is geweest, maar nu aan de slag is in de financiële wereld. Etienne of ‘Stevie’ is voorzitter van AXIS-bank, een bank die op het punt staat een nieuwe CEO aan te stellen. Dat wordt Jean-Luc Pollard (Kris Cuppens). Een grote vis. Een landgenoot weliswaar, maar met jaren ervaring bij Citigroup in Londen. Ten vierde is er de man van Gwendolyn, Thomas Jacobs (Jorre Vandenbussche). Hij is Global Head Fixed Income bij Barclay’s, een grote Britse investeringsbank. Hij is dus de man die de vaste opbrengsten binnen de bank onder zijn hoede heeft, alles wat met leningen en obligaties te maken heeft. Als Thomas en Gwendolyn in het land zijn voor de begrafenis van zijn ouders, neemt hij een aanbod van AXIS-bank aan om er financieel directeur te worden. Tenslotte is er de broer van Thomas, Carl Jacobs (Michaël Pas). Hij werkt in New York voor Deutsche Bank. Ook hij is in het land voor de begrafenis. Hij is de enige die het gevoel heeft dat er iets mis is met de financiële wereld op dat ogenblik. Het stuk speelt in 2005. Hij vertrouwt de constante groei van de markt niet en ziet de crisis van 2008 al aankomen. Carl is dus een beetje de klokkenluider van het gezelschap, naar wie natuurlijk niet wordt geluisterd… Er is ook een kind aanwezig op scène dat, in tegenstelling tot de andere personages, vanuit het ‘nu’ spreekt. Dat kind probeert te begrijpen wat er gebeurd is en brengt dat onder woorden in kindertaal, waardoor de vaktermen meteen hun uitleg krijgen.
De muziek heeft soms een hoge hartslag, die het tempo dusdanig opdrijft dat stilstaan bijna onmogelijk wordt. En soms heeft de muziek iets onmachtigs, defaitistisch. Een sublieme score dus bij een buitengewoon spel van de acteurs. Een uitermate boeiende en actuele voorstelling!

Back in the USSR

Halverwege de jaren ‘90 beslist de Engelse schrijfster/onderzoekster Rachel Polonsky om een paar jaar in Moskou te gaan wonen. Ze neemt haar intrek in een appartementsgebouw in de Romanovlaan, ooit het exclusieve terrein van de sovjetelite. Wanneer ze van een buurman de sleutels krijgt van het voormalige appartement van Vjatsjeslav Molotov, minister van Buitenlandse Zaken onder Jozef Stalin en één van diens meest loyale trawanten, blijkt dat het startschot voor een fascinerende reis doorheen Russische steden en landschappen, die rechtstreeks verband houden met de boeken in Molotovs bibliotheek, en waarvan een deel tot haar grote verbazing nog helemaal intact is.

Molotovs toverlantaarn Polonsky

Molotovs toverlantaarn is dus vooral een reisboek, dat heden met verleden mengt, politiek met poëzie, en de levenswandel van spionnen en machthebbers met die van wetenschappers en revolutionairen. De lezer wordt verondersteld vierhonderd pagina’s bij de les te blijven… Het boek is een intellectuele krachttoer waarin zich een onvergetelijk panorama van Rusland en zijn geschiedenis en cultuur ontvouwt, én bovendien helemaal anders van opzet dan Natasja’s dans van de hand van Brits historicus Orlando Figes, waarin het unieke karakter van de Russische identiteit en cultuur wordt blootgelegd. Bij Polonsky wordt de actuele politiek naadloos verweven met de geschiedenis, met als rode draad de bibliotheek van Molotov én tegelijk ook gedragen door een enorme achtergrondkennis. Interessant is bvb dat hier ook wordt gesproken over de moord op Anna Politkovskaja, de gevangenisstraf van oligarch Michaïl Chodorkovski, de gijzeling in Beslan.

Yevgeny Khaldei Russian flag

Ze heeft het eveneens over ‘de collectie van Khaldei’. Van fotograaf Yevgeny Khaldei, geboren in een Joodse Oekraïense familie en reeds van kindsbeen af gebeten door fotografie, loopt momenteel een zeer boeiende tentoonstelling in de Brusselse Botanique. In ‘39 kwam Khaldei in dienst van het Sovjet-Russische persagentschap Tass. In opdracht van Stalin maakte hij historische beelden van de Tweede Wereldoorlog. Na 1945 legde hij in opdracht van de communistische partij de Sovjet modelstaat vast op de gevoelige plaat. Zoals Leni Riefenstahl de wens van Hitler verbeeldde, zo vatte Khaldei het communisme zoals Stalin het aan de wereld wilde tonen. Pas sinds het einde van de USSR in 1991 kreeg hij grote bekendheid als fotograaf.

Stalin het hof van de rode tsaar Montefiore

En voor de échte die hards is er ook nog Stalin, het hof van de rode tsaar, de uitmuntende biografie van Iosif Vissarionovitsj Dzjoegasjvili aka Stalin, door de Britse historicus/journalist Simon Sebag Montefiore, een klepper van meer dan 700 bladzijden in piepkleine druk, met een aantal zwart-wit archieffoto’s. Montefiore baseerde zich voor dit kloeke boek op onlangs geopende Sovjetarchieven, talloze interviews met nakomelingen van toenmalige machthebbers en een schat aan gegevens uit memoires, brieven en aantekeningen van zowel Stalin als de mensen rond hem. Tot in het kleinste detail wordt het persoonlijke en politieke leven van Stalin beschreven: van zijn mislukte huwelijk tot zijn identificatie met de tsaren, van zijn minnaressen tot het uitmoorden van de koelakken, de terreur, de kampen. Briljant en meeslepend geschreven, ideaal voor donkere winteravonden…

Art Marathon

De afgelopen week stond voor ons in het teken van een uitgebreide trip doorheen de wereld van de hedendaagse kunst.

Ensor

Zo bijvoorbeeld loopt in het kader van de 150ste geboorteverjaardag van James Ensor (1860-1949) in ING te Brussel een rijk gestoffeerde expo van deze eigenzinnige kunstenaar, getiteld Ensor ontmaskerd. De tekeningen en schilderijen van deze Oostendse schilder doen ons als het ware binnentreden in het creatieve brein van Ensor en dompelen ons onder in zijn buitengewone verbeelding…

In Gent sloegen het Museum voor Schone Kunsten en het S.M.A.K. dan weer de handen in elkaar voor de boeiende Hareng Saur: Ensor en de hedendaagse kunst, een zeer originele en frisse kijk op Ensors oeuvre als tijdloos kunstenaar, waaruit blijkt dat zijn werk ook in de huidige artistieke context zeer actueel blijft. Niet alleen zijn techniek, maar ook zijn onderwerpen zijn verrassend eigentijds, met thema’s als de sociale kritiek, de identificatie met Christus, de massa, de satire en de dood. De tentoonstelling legt verbanden tussen de beeldende wereld van Ensor en die van onder meer Francis Alÿs, Thierry De Cordier, Marlene Dumas, Thomas Hirschhorn, Tomasz Kowalski, Cindy Sherman, Thomas Schütte, Andy Warhol en anderen.

Enrique Marty - Fear and Megalomania in fifteen different states

Op naar Brugge alwaar Luc Tuymans tekende voor Een visie op Centraal-Europa – The reality of the lowest rank. Het uitgangspunt van deze tentoonstelling is de wereld van verschil tussen Brugge en Warschau.  Terwijl Brugge de eeuwen getrotseerd heeft, werd Warschau tijdens WOII vernield en heropgebouwd. De expositie zit vol tegenstellingen: licht – donker, Oost – West, verleden – heden… Gespreid over 5 locaties in de stad, bevat de tentoonstelling werken van meer dan 40 kunstenaars, onder wie Zbigniew Rybczyński in het Concertgebouw, Mirosław Bałka, Hans Bellmer, Guillaume Bijl, Takashi Murakami, Sigmar Polke, Quay Brothers, Gerhard Richter, Bruno Schulz in het Arentshuis, de reuzengrote opgeblazen pop van Paweł Althamer (Memling Sint-Jan – Hospitaalmuseum), Mirosław Bałka, Tadeusz KantorPriit Pärn, Jan Svankmajer, Luc Tuymans in de Stadshallen en in het prachtige Grootseminarie werk van Bałka, Walerian Borowczyk, Zbigniew Libera, Sigmar Polke, en anderen.

En dan op naar Antwerpen…. nieuwsgierig naar het werk van Michaël Borremans (°1963, Geraardsbergen) in Zeno X Gallery. Deze galerie van Frank Demaegd heeft een neus voor talent en dankt zijn bekendheid aan een vruchtbare samenwerking met kunstenaars zoals Raoul De Keyser en Luc Tuymans. Een 6-tal monumentale werken van Borremans – oorspronkelijk opgeleid als fotograaf, maar sinds midden jaren negentig legt hij zich toe op tekenen en schilderen – zijn er te bewonderen.. We konden alleen maar beginnen dromen van een nieuwe overzichtstentoonstelling van deze boeiende kunstenaar die woont en werkt in Gent.

Michaël Borremans - Red hand, green hand

Het werk van de Duitse Anselm Kiefer (°1945) in het KMSK was uit een ander hout gesneden. Diens monumentale werken vanaf de jaren ’80 tot nu uit de rijke collectie van de Duitse familie Grothe, representatief voor de beeldtaal van Kiefer, doen vaak naar adem happen. Naast de bekendere thema’s in zijn werk zoals de geschiedenis van zijn land, de Holocaust en de Tweede Wereldoorlog, komen ook zijn belangstelling voor literatuur, religies en mythologie aan bod. In zijn grootse realisaties gebruikt Kiefer materialen zoals as, aarde, ijzer, oxide, glas en hout. Het momenteel leegstaande KMSKA – de renovatie wordt voorbereid – vormt een gedroomd decor voor Kiefers indrukwekkend oeuvre.

Anselm Kiefer - Am Anfang (2008)

Al bij al, laat één ding duidelijk wezen: wij hebben onze tijd niet verloren…….

2 x Gotiek met Cranach & Delvoye

De herfst van de gotiek! Ontdek twee originele kunstenaars-ondernemers in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten: Lucas Cranach de Oude en Wim Delvoye!

De neogotische toren van Wim Delvoye (1965) prijkt momenteel als blikvanger op het dak van het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten. Deze stalen toren van 17 m hoog en 10 ton zwaar is één van de topstukken van zijn nieuwe tentoonstelling ‘Knockin’ on heaven’s Door’. Daarnaast is er in het PSK eveneens de meesterlijke expositie te zien van het werk van Lucas Cranach de Oudere (1472-1553), algemeen beschouwd als één van de meest veelzijdige Europese schilders van de 16de eeuw.

Aanvankelijk schilderde Cranach religieus geïnspireerde werken. Maar tijdens zijn lange carrière als hofschilder van de Saksische keurvorsten nam hij deel aan de artistieke en politieke projecten van zijn oversten, alsook aan de fundamentele maatschappelijke veranderingen van zijn tijd. Cranach was ook een succesvol zakenman. Zo bijvoorbeeld was zijn rijke productie aan dubbelzinnige voorstellingen van het vrouwelijk naakt bedoeld voor de markt. Ongezien voor zijn tijd was de organisatie en productie van zijn atelier.

Lucas Cranach - Melancholie

Duits curator Guido Messling tekende voor deze eerste grote Cranach-tentoonstelling in de Benelux. Juweeltjes van Cranach, Dürer en Metsys zijn met de grootste zorg uitgekozen en gepresenteerd in een chronologische opstelling. De uitmuntende scenografie van ‘The World of Lucas Cranach’ is ook zéér efficiënt: architecten-scenografen David Van Severen en Kersten Geers opteerden voor een houten decor met vensters, waardoor zij diepte konden creëren binnen de grote zalen van het Paleis voor Schone Kunsten. De kleurrijke Cranach-catalogus verraadt ontegensprekelijk Dooremans meesterhand…. Boeiend allemaal!

De Tijd – Berckmans

Cult-auteur van de Antwerpse marginaliteit J.M.H. Berckmans werd in augustus 2008 dood aangetroffen in zijn woning in Antwerpen. De excentriekeling, die in ‘77 debuteerde met Geschiedenis van de revolutie (1977) en de dichtbundel Tranen voor Coltrane (1977), werd 54. De modale burger interesseerde hem niet, hij voelde alleen ‘affiniteit met gekken, moordenaars en stumperds’ (Humo 14/3/91). En nog in Humo in ’97:  ’Literatuur interesseert me ab-so-luut niet. Integendeel: ik heb een hekel aan literatuur. Ik lees geen boeken, ik lees zelfs geen gazet, terwijl we er thuis toch een hebben. Een slechte, hoor.’ Maar Berckmans kon als geen ander jongleren met namen en woorden, en uitpakken met de meest briljante (en terzelfdertijd maffe) taalassociaties… Hij was een compromisloos auteur van de zelfkant, met verhalen vol angst, alcohol en aftakeling, onder sterke invloed van Bukowski en Céline. Zijn laatste boek verscheen in 2006: Je kunt geen twintig zijn op Suikerheuvel.

Berckmans - De Tijd - Jurgen Delnaet

De Tijd, met een schitterende Jurgen Delnaet (jawel, trucker Johnny uit Aanrijding in Moscou) als J.H.M. Berckmans, levert een mooi eerbetoon aan deze ‘ambassadeur van de wanhoop’, zoals hij wel eens werd genoemd. Een vuurspuwer met woorden. Geïnspireerd door en gecombineerd met grijsgedraaide elpees. Delnaet, al langer gefascineerd door de donkere verhalen van Berckmans, grasduint door het hele oeuvre van de Antwerpse schrijver. Ellende en schoonheid vinden elkaar hier in deze kleine voorstelling in taal, in Berckmans’ taal.

Berckmans - De Tijd - Jurgen Delnaet 2

Submarino

De langverwachte nieuwe film van Dogma-regisseur Thomas Vinterberg (Festen, 1998), gebaseerd op een boek van Jonas T. Bengtsson, is het verhaal van twee broers die graag goed willen zijn, maar leven aan de zelfkant van de Deense maatschappij en ten slotte wegzinken in zelfdestructie. Beide mannen zijn opgegroeid met een alcoholische moeder, in een gezin dat na een tragische gebeurtenis uit elkaar is gevallen. Als volwassenen wonen ze, zonder met elkaar contact te hebben, in mistroostige buurten in Kopenhagen. Wat hen bindt, is hun gezamenlijke strijd om te overleven (de titel van de film verwijst naar de martelmethode waarin het hoofd van het slachtoffer onder water wordt gehouden zodat hij bijna verdrinkt, ook gekend als waterboarding).

Vinterberg levert een ontroerende film af over de ravage van een traumatische jeugd, maar dan zonder de burgerlijke context van Festen. Wat de gevolgen zijn van het véél te vroeg volwassen worden, zien we in het latere leven van beide broers. Nick is pas ontslagen uit de gevangenis en probeert te overleven dankzij bier en gewichtheffen. Zijn jongere broer is een junk, die na het tragische ongeval van zijn vrouw de zorg heeft voor zijn zesjarig zoontje Martin. Het tragische dubbelleven dat deze broer leidt, vormt het ontroerendste deel van de film: hij wil zo graag een normale vader zijn die zijn zoontje ophaalt aan de schoolpoort, maar tegelijk snakt hij naar zijn dagelijkse shot, zonder dat Martin dat mag doorhebben. Maar dat lukt niet altijd…

De levens van de broers kruisen elkaar nooit, maar ze zijn verbonden door een gemeenschappelijk trauma, dat Vinterberg zonder remmingen en schroom laat zien. De film portretteert op een afstandelijke wijze de menselijke behoefte aan tederheid, intimiteit, zorgzaamheid, dit alles gesitueerd in het grauwe Kopenhagen. Een donker maar ijzersterk portret, met doorheen de droefheid een hoopvol einde…

Dogtooth

In de jongste film van de Griekse regisseur Yorgos Lanthimos (1973) houdt een stel ontspoorde ouders hun drie schijnbaar naïeve, jongvolwassen kinderen in extreem sociaal isolement.  De vader is een fabriekseigenaar die zijn gezin verbiedt om hun riante villa te verlaten. De moeder gaf blijkbaar uit vrije wil het contact met de buitenwereld op; de kinderen daarentegen werden nooit voor een keuze geplaatst. Ze krijgen slechts halve waarheden te horen over de zogenaamde boosaardige buitenwereld, en worden onderworpen aan vernederende spelletjes en intrigerende rituelen. Het gezin wordt geregeerd door competitie en angst. Buiten de poorten ligt elk moment de dood op de loer, stelt de vader. Zo wordt een onschuldige kat bijvoorbeeld omschreven als een moordlustig wezen. Er is geen telefoon of computer in huis; de TV dient enkel om sporadisch naar home-made video’s te kijken. Zélfs de taal zetten de ouders naar hun hand…

Wanneer de vader een jonge veiligheidsagente uit zijn fabriek mee naar huis brengt om de zoon seksueel te bevredigen, begint langzaam maar zeker het totale isolement van de kinderen af te brokkelen. Zijn strakke regime blijkt uiteindelijk door invloeden van buitenaf onhoudbaar, en leidt tot seksuele perversie en zelfs geweld.. De titel van de film, Dogtooth, verwijst naar een van de belangrijkste wetten die de vader zijn kinderen heeft opgelegd: ze mogen het huis verlaten als één van hun hoektanden vanzelf uitvalt…

Yorgos Lanthimos maakt deel uit van een golf nieuwe jonge Griekse filmmakers, en laat een sterk uitvergrote versie zien van het gezin als een absurdistisch universum, dat des te beklemmend wordt door de strakke fotografie, de grimmige humor, de gestileerde composities, het bevreemdende spel. Hij wil laten zien hoe sterk de blik op de wereld wordt bepaald door de opvoeding.

Deze intelligent gemaakte, voortreffelijk geacteerde prent grijpt je bij de keel en laat je niet meer los. Walging en fascinatie wisselen elkaar af, maar toch wordt de film nergens cynisch. Winnaar van Un certain regard op het Festival van Cannes in 2009.

Takeshi Kitano @ Fondation Cartier

De Parijse Fondation Cartier – een prachtig ontwerp van architect Jean Nouvel – pakt uit met een kleine expo Gosse de peintre van ‘Beat’ Takeshi Kitano. Er zijn schilderijen, video’s, installaties, decors, sensationele machinerieën, grappen en grollen te zien, waarbij hij de bezoeker bij de neus neemt , spelletjes speelt, de hedendaagse kunst aan zijn laars lapt. De Japanner Kitano is cineast, komiek, televisiemaker, schrijver, schilder. In het buitenland is hij vooral gekend van zijn films (Hana-bi -1997, Brother – 2000, Zatoichi - 2003, om er maar enkele te noemen), maar in zijn vaderland is hij razend populair als TV komiek. Zo maakte hij eind jaren ’60 als Beat Takeshi deel uit van het comedy-duo The Two Beats, een duo dat vooral bij de Japanse studenten zeer populair was. De bijnaam Beat Takeshi bleef hij sindsdien gebruiken.

Gosse de peintre toont Kitano’s fascinatie en nostalgie naar de kindertijd, en heeft dan ook een sterk autobiografische dimensie. De museumruimte wordt als het ware omgevormd tot een lunapark waar popcultuur, satire, het imaginaire, traditie, schoonheid en kitsch samensmelten tot een kolkende en levenslustige brij, waarbij het publiek wordt aangezet tot participeren. Je wordt meegenomen in zijn verhaal over het uitsterven van dinosaurussen (ze verdwenen waarschijnlijk ten gevolge van excessief rookgedrag…), van vissen die overheerlijke sushi’s in hun ingewanden meevoeren, en nog zo van die grollen. ‘Avec cette exposition, j’ai sans doute voulu donner une autre définition au mot ‘art’  qui soit moins conventionnelle, moins snob, plus décontractée et accessible à tous’ zegt hij erover.

Kitano’s schilderijen, zeer figuratief en narratief weliswaar, konden ons niet echt bekoren. Kitano zegt zelf ‘zondagsschilder’ te willen zijn, en zijn stijl verraadt dat ook. Kleurrijk en naïef, but not really our cup of tea… Hilarisch zijn dan weer de video’s van komische TV shows, met Kitano in zijn ontelbare vermommingen. Kortom, deze expo is een atelier voor groot en klein, en alleen al de prachtige groene locatie vlakbij het cimetière Montparnasse (waar o.a. Gainsbourg, Beckett, Baudelaire en de Beauvoir rusten) en de onvervalste grandeur van de Brasserie La Coupole is een bezoekje waard!

Nog tot 12 september 2010.

Lucian Freud @ Pompidou

Met Lucian Freud, L’atelier haalt het Centre Pompidou opnieuw een grote klepper in huis. Vorig jaar nog ging zijn Big Sue voor maar liefst 21,7 miljoen euro onder de hamer (en jawel de Rus Roman Abramovich zat er voor iets tussen), een recordbedrag voor werk van een levend artiest. Lucian Freud, 88 en kleinzoon van, wordt dan ook vaak de grootste hedendaagse Britse kunstenaar genoemd sinds de dood van Francis Bacon, met wie hij jarenlang bevriend was en ondermeer de ‘London School’ vormde.

Met een scherpe blik maakt de Duits/Britse schilder (°Berlijn 1922 – Britse nationaliteit in ’39) zeer persoonlijke, realistische en niets verhullende portretten op groot formaat. Hij schildert naar levend model, of kijkt door het raam naar zijn veranderende tuin, of schildert zijn zelfportret in de spiegel. Hij beeldt vooral mensen uit zijn directe omgeving af: vrienden, familie, kinderen, minnaressen, collega’s. Zijn grote voorbeelden zijn meesters zoals John Constable en Frans Hals.