Met Lucian Freud, L’atelier haalt het Centre Pompidou opnieuw een grote klepper in huis. Vorig jaar nog ging zijn Big Sue voor maar liefst 21,7 miljoen euro onder de hamer (en jawel de Rus Roman Abramovich zat er voor iets tussen), een recordbedrag voor werk van een levend artiest. Lucian Freud, 88 en kleinzoon van, wordt dan ook vaak de grootste hedendaagse Britse kunstenaar genoemd sinds de dood van Francis Bacon, met wie hij jarenlang bevriend was en ondermeer de ‘London School’ vormde.
Met een scherpe blik maakt de Duits/Britse schilder (°Berlijn 1922 – Britse nationaliteit in ’39) zeer persoonlijke, realistische en niets verhullende portretten op groot formaat. Hij schildert naar levend model, of kijkt door het raam naar zijn veranderende tuin, of schildert zijn zelfportret in de spiegel. Hij beeldt vooral mensen uit zijn directe omgeving af: vrienden, familie, kinderen, minnaressen, collega’s. Zijn grote voorbeelden zijn meesters zoals John Constable en Frans Hals.


De grote schilderijen van Freud lijken gemaakt te zijn voor ruimtes als Pompidou en komen er dan ook volledig tot hun recht. Je moet ze in het echt gezien hebben om er door betoverd te worden, althans, dat geldt voor mij…